Jeroen Lenaers

Even voorstellen: Mijn naam is Jeroen Lenaers, ik ben op 29 april 1984 geboren in Stramproy, de parel van Limburg. Via het Bisschoppelijk College in Weert ben ik bij de opleiding European Studies aan de Universiteit van Maastricht terecht gekomen. Na succesvolle afronding van de Bachelor- en Masteropleiding kreeg ik de kans om stage te lopen op het kantoor van Ria Oomen in het Europees Parlement. Vervolgens ben ik vijf jaar lang verbonden geweest aan dit kantoor als adviseur op het gebied van buitenlandse zaken, mensenrechten, grensoverschrijdende zorg en sociale zaken en werkgelegenheid. Bij de vorige Europese verkiezingen, in mei 2014, heb ik me verkiesbaar gesteld en sinds 1 juli 2014 zit ik voor het CDA in het Europees Parlement. Ik houd me voornamelijk bezig met de portefeuilles Werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL), en Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE). Daarnaast zet ik me vanaf dag 1 in voor de zogeheten ´Single Seat´. Hierbij streven we naar een enkele vergaderplek in Brussel, om zo een einde te maken aan het verhuiscircus naar Straatsburg iedere maand.

Waar komt uw interesse in Europa vandaan? Wat is uw motivatie om zich te kandideren voor het Europees parlement?

Ik ben opgegroeid op de grens tussen Nederland en België, als zoon uit een grensoverschrijdend huwelijk tussen mijn Nederlands-Limburgse vader en mijn Belgisch-Limburgse moeder. Als kind kwam ik regelmatig in België; bij oma op bezoek, naar de speelgoedwinkel, de bioscoop en de zwemles. Ik heb die grens dan ook nooit als zodanig ervaren, en dat is te danken aan Europa. Het is namelijk lang niet altijd zo geweest. Het symbool van het dorp waar ik ben opgegroeid -een bronzen beeld van een kromgebogen zoutsmokkelaar- herinnert aan een tijd waarin grensregio’s vooral met de negatieve gevolgen van de grens geconfronteerd werden. We hebben nu in Nederland, dankzij Europa, onbegrensde mogelijkheden, en die moeten we met beide handen grijpen.

Welke onderwerpen staan er bij u op de agenda?

De Europese Unie is goed voor Nederland, en we hebben veel bereikt op het gebied van handel, economie, interne markt en vrede tussen de lidstaten. Toch lijkt het draagvlak voor de EU in Nederland af te nemen. De crisis en de daaraan gerelateerde bezuinigingen en maatregelen hebben aangetoond dat Europa over meer moet gaan dan enkel economie, financiën en handel. Europa moet ook een sociaal gezicht tonen en voor al haar burgers van Noord tot Zuid en van oud tot jong een meerwaarde bieden. Bovenal moeten we werken aan een Europa dat transparant, democratisch, efficiënt en budgetverantwoord functioneert. Daarnaast moet het zeker voor het CDA een absolute prioriteit zijn om aandacht te blijven houden voor de problemen waar Europeanen in de dagdagelijkse praktijk mee te maken hebben. Problemen van patiënten uit grensregio’s die gebruik willen maken van grensoverschrijdende gezondheidszorg, problemen van grensarbeiders die aan de andere kant van de grens willen werken, gebrek aan coördinatie van grensoverschrijdende sociale zekerheid en belastingen, problemen met de erkenning van diploma’s en opleidingen over de grenzen heen, problemen waar MKB’ers tegen aanlopen wanneer ze over grenzen heen hun diensten aan willen bieden. Daarnaast houd ik me in de commissies EMPL en LIBE momenteel bezig met grensoverschrijdende arbeid en de pensioenregelingen in Europa. Het bestrijden van terrorisme en het functioneren van onze buitengrenzen staat ook hoog op de agenda. Werken aan een beter Europa begint in de eerste plaats hier, met het garanderen van een Europese meerwaarde voor alle burgers. Alleen dan kunnen we het draagvlak voor Europa weer opbouwen.

Wat is het grootste succes van Europa?

Vrede en welvaart zijn vandaag de dag een vanzelfsprekendheid, met name voor mijn generatie. Dat is een enorm succes en dat hebben we grotendeels te danken aan de Europese integratie na de verwoestende Tweede Wereldoorlog. Tegelijkertijd heeft Nederland, als export- en handelsnatie bij uitstek, volop kunnen profiteren van het vervagen van grenzen en de opbouw van een gezamenlijke Europese interne markt. In beide successen schuilt echter ook een gevaar. Een verhaal over vrede en economie alleen is niet genoeg om de man op de straat enthousiast te maken over de Europese Unie. Met andere woorden: We moeten ervoor zorgen dat Europa een onderdeel wordt van de oplossing voor problemen waar Europeanen zich echt door geraakt voelen, problemen als werkloosheid, veiligheid en de schaduwzijden van de interne markt. Pas als we daar in slagen kunnen we weer van echte successen spreken.